De uit gefragmenteerde lichaamsdelen bestaande beelden van Barbara Kluiver (Amsterdam, 1966) hebben alledaagse thema's als onderwerp. Elementen uit de directe belevingswereld worden vergroot en vervormd. De reflectie van de kleine dingen uit het leven. Niet het aantrekkelijke, maar datgene wat daaronder ligt - de misère.
De beelden hebben iets beklemmends, ze 'wringen' en daarin zit het fascinerende. De beschouwer herkent de diepere laag van hun betekenis. 'Girlll' bijvoorbeeld: een lief gezichtje, in een ijzeren wurggreep. Het laat zien hoe kinderen gevangenen van zichzelf kunnen zijn. Of 'War-hoofd', een kluwen van ijzer op hoge poten die oprijzen uit een van de statussymbolen van deze maatschappij, Uggs. Met een licht agressieve uitstraling verbeeldt het werk de 'verwarring'.